Wet- en regelgeving voor laadinrichtingen in intern transport

In een warehouse is een acculaadstation een onmisbare schakel in de dagelijkse operatie. Deze praktische inrichting kent echter een aantal verhoogde veiligheidsrisico’s doordat er tijdens het opladen van tractiebatterijen elektriciteit, waterstofgas en accuzuur samenkomen. Zonder een juiste inrichting en duidelijke procedures kan dit leiden tot gevaarlijke situaties, schade aan materieel of verstoring van de logistieke processen. Om die risico’s te beheersen stelt de wet duidelijke eisen aan de inrichting, het gebruik en het onderhoud van acculaadstations.

Wettelijke verplichtingen

Werkgevers zijn volgens de Arbowetgeving verplicht om medewerkers een veilige en gezonde werkplek te bieden. De risico’s bijbehorend bij acculaadstations zoals explosiegevaar door waterstofvorming, elektrische gevaren en blootstelling aan corrosieve stoffen moeten aantoonbaar worden beheerst. De geldende verplichtingen zijn concreet gemaakt via normen en richtlijnen zoals NEN 3140 en de NPR 3299.

Inhoud normen en richtlijnen

NEN 3140 beschrijf hoe veilig gewerkt moet worden met elektrische installaties en laadapparatuur. De NPR 3299 is geen wet, maar geldt in de prkatijk als dé richtlijn voor de veilige inrichting van acculaadplaatsen. Inspecteurs, verzekeraars en arbodiensten gebruiken deze richtlijn vaak als toetsingskader. Daarnaast zijn de instructies van de fabrikant van batterijen en (heftruck)laders altijd leidend; afwijken hiervan kan gevolgen hebben voor aansprakelijkheid en garantie.

Brand-, explosie- en ventilatie-eisen

Tijdens het laden van tractiebatterijen kan waterstofgas vrijkomen, wat in hoge concentraties explosief is. Daarom moet een acculaadstation altijd goed worden geventileerd, natuurlijk dan wel niet mechanisch. De afzuiging wordt hiervoor bij voorkeur op hoogte geplaatst, doordat waterstof opstijgt. De ventilatiecapaciteit moet worden afgestemd op het aantal en type batterijen en het laadvermogen.

Daarnaast moet de laadruimte volledig vrij zijn van onstekingsbronnen: bijv. open vuur, vonken, hittebronnen en werkzaamheden zoals lassen of slijpen. Ook direct zonlicht op het laadstation moet worden vermeden.

Voorzieningen en persoonlijke bescherming

De vloer van een acculaadstation dient vlak, antislip en bestand te zijn tegen accuzuur. Omdat er daarnaast gewerkt wordt met corrosieve stoffen, dienen bij het laadstation altijd de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) aanwezig te zijn. Denk hierbij aan oogspoelvoorzieningen met steriele vloeistof, een veiligheidsbril of gelaatsmasker en zuurbestendige handschoenen en schorten. Deze middelen zorgen ervoor dat medewerkers bij een incident snel en veilig kunnen handelen.

Instructie en keuring

Het laden van batterijen mag uitsluitend worden uitgevoerd door medewerkers die hiervoor geïnstrueerd zijn. Zij zijn op de hoogte van de risico’s, de juiste procedures en de te volgen stappen bij calamiteiten.

Daarnaast moeten laders en batterijen periodiek worden gekeurd. In de praktijk wordt uitgegaan van een jaarlijkse keuring conform NEN 3140. De resultaten hiervan moeten worden vastgelegd en beschikbaar zijn bij inspecties.

Tot slot moet het acculaadstation expliciet worden opgenomen in de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E). Hierin worden de aanwezige risico’s benoemd en vastgelegd welke technische en organisatorische maatregelen zijn genomen om deze te beheersen.

Conclusie

Een acculaadstation dat voldoet aan de geldende wet- en regelgeving draagt direct bij aan een veilige werkomgeving en bedrijfscontinuïteit. Door te voldoen aan de Arbowet, NEN 3140, NPR 3299 en de voorschriften van de fabrikant voorkom je onnodige risico’s en ben je voorbereid op inspecties en controlers.

Uw warehouse direct veiliger maken? Neem contact met ons op